1. Winter I
Language:
Dutch
Authorship
See other settings of this text
o Eerbiedweerdig hoofd
der blankgekruinde boomen,
hoe heerlijk groet gij mij,
in 's winters pronksieraad;
wanneer de bleeke zon
heur' eerste morgenstroomen
ontginsteren in 't gevlerk
van uwe takken laat!
Ze is helder, licht en wit,
ze is ongelijkbaar schoone,
ze is vlekkeloos, de pracht
waarmeê gij zegepraalt;
en, voor nen korten tijd
gekoningd, spant de kroone,
ver boven al 't gesteent'
daarin de zonne straalt.
2. Winter II
Language:
Dutch
Authorship
Vol naalden vliegt de lucht,
vol priemend ijsgekertel,
dat glinstert in de zon,
en, met den asemtocht
gezwolgen, kilt en kerft
de kele en 't haargespertel,
dat in de neuze temt
den toevoer van de locht.
't Is bijtend koud. Een spree
van witheid, ongemeten,
't zij waar ge uwe oogen vlucht,
ligt overal gespreid;
't is snee' tot in uw huis,
't komt snee' door al de spleten;
't is snee', 't is immer snee',
en al sneeuwwittigheid.
De wind komt, wild en boos,
gesnoeid uit alle gaten;
geen ruste en wilt hij, eer
hij eenmaal weten zal
dat 't volk verdwenen is,
en hem wilt meester laten...
't Is bijster, bijtend koud,
en 't wintert overal.
3. Lente I
Language:
Dutch
Authorship
De eerde doomt, de biezen leken
van den vroegen morgenbrand,
die, in 't oosten opgesteken,
bijt in 't baardig weideland.
Grauw is 't over nacht gevrozen;
over dag, van 's morgens vroeg,
viert en vonkt het zonneblozen
fel, maar nog niet fel genoeg,
om het koele graf te ontsluiten,
waarin 't zaad geborgen ligt,
wachtende, om opnieuw te spruiten,
lente, naar uw zonnelicht.
4. Lente II
Language:
Dutch
Authorship
Emberyza schoeniclus
Geklauterd langs nen terruwstaal,
wat voert ge een' lieve vogeltaal,
't zij mussche of vinke,
't zij wiens gevlerkte keel mij nu in de ooren klinke,
van uit het koorenveld!
'k Verkenne u nauwe, in 't groen der terwe,
aan 't grauwzijn van uw' vederverwe
en aan uw stemgeweld,
dat prazelt, ongelijk de nachtegaalsche galmen,
al op- en nedergaan, bij 't buigen van de halmen.
Wat zijt gij, pluimgediert,
dat blij den Meie viert,
en mij verzet, terwijl, voorbijgetreden,
ik vare dóór den waai van 's zomers lustigheden?
Wat zijt ge, onzichtbaar schier, doch wonderlijk gewrocht
van Gods almachtigheid, dat, levende in de locht,
geen' enkelen droeven stap en moet op de aarde stellen,
maar hangt en wipt en waait, al aan de winden tellen
hoe blij gij zijt?
Och, ware ik half zoo vlugge en in den Mei verblijd;
en moest ik niet gedoen, met, scherp u nagekeken,
dit onvoltooid gedicht tot 's Heeren lof te spreken!
5. Lentemaand
Language:
Dutch
Authorship
'k Heb menig uur bij u
gesleten en genoten,
en nooit en heeft een uur met u
me een enklen stond verdroten.
'k Heb menig menig blom voor u
gelezen en geschonken,
en, lijk een bie, met u, met u,
er honing uit gedronken;
maar nooit een uur zo lief met u,
zoo lang zij duren koste,
maar nooit een uur zoo droef om u,
wanneer ik scheiden moste,
als de uur wanneer ik dicht bij u,
dien avond, neêrgezeten,
u spreken hoorde en sprak tot u
wat onze zielen weten.
Noch nooit een blom zo schoon, van u
gezocht, geplukt, gelezen,
als die dien avond blonk op u,
en mocht de mijne wezen!
Ofschoon, zoo wel voor mij als u,
- wie zal dit kwaad genezen? -
een uur bij mij, een uur bij u
niet lang een uur mag wezen;
ofschoon voor mij, oschoon voor u,
zoo lief en uitgelezen,
die rooze, al was 't een roos van u,
niet lang een roos mocht wezen,
toch lang bewaart, dit zeg ik u,
't en ware ik 't al verloze,
mijn hert drie dierbre beelden: u
dien avond - en - die rooze!
6. Zomer I
Language:
Dutch
Authorship
Glycine, 'k vroeg mij dikwijls hoe,
geplant al menig jaren,
gij blaren, schoone blaren droegt,
en immer schoone blaren.
Geen' blommen ooit, geen' enkelen tak,
hoe nauwe ik had gekeken,
en zag ik eens, eer, gister vroeg,
mij 't vraagstuk is gebleken.
Ik keek van onder op naar u!
Eilaas, ik keek om nieten:
ter zonne bloeit gij opwaards heen,
en zij mocht u genieten!
Glycine, neen 'k en kende noch
'k en ried uw bloeiend wonder:
al boven bloeit gij, God ter eere,
en ik, ik keek al onder!
7. Zomer II
Language:
Dutch
Authorship
[--- This text is not currently in the database but will be added as soon as we obtain it. ---]
8. Herfst
Language:
Dutch
Authorship
De boomen strooien weêr den weg
met wakke winterblâren,
die, vol gevangen morgendauw,
te gronde nedervaren.
Ze wentlen, zoo de wouters doen,
die weg en weder draaien,
van de eene blomme op de andere, in
het heetste zonnelaaien.
Geen zonne nu, geen vlindervlucht,
geen blommen meer, die blinken;
maar blâren, die, verwelkerd, uit
de hooge boomen zinken.
Maar blâren die, al stemmeloos,
in 't gers en in de biezen,
in 't diepe van den wagenslag
hun stille grafsteê kiezen.
De lucht is heel doorwaaid ervan:
de wegen en de weiden,
de voren in den akkergrond
en kan ik onderscheiden.
Zoo dapper, in de velden, zijn
des zomers oude paden
met allerhande verwen van
gestrooisel overladen.
Komt, koning Winter, komt nu maar;
bij honderdduizendtallen,
van blommen en van blâren, is
al 't zomervolk gevallen.
|
Search/Shop for
Sheet music:
Search sheetmusicplus.com for
Tijdkrans,
Art song ,
Lieder,
chansons, or works for solo voice
Search musicroom.com for
Tijdkrans,
vocal/choral music
CDs:
Search amazon.com for
Tijdkrans,
art song,
Lieder, or
chansons
Search amazon.ca for
Tijdkrans,
art song,
Lieder, or
chansons
Books:
The Art of the Song Recital [amazon.com]
The Book of Lieder: The Original Texts of Over 1000 Songs [amazon.com]
Search amazon.com for
art song, Lieder, or
chansons
Search amazon.ca for
art song,
lieder, or
chansons
|